‘Hazard eraf!’

Aanvoerder van het verkeerde land

(Dit artikel verscheen voor het eerst in Hard Gras, juni 2016.)

 

Persoonlijke anekdote nummer één: het is de zomer van 2012, en ik ben in Londen met mijn toenmalige vriendin. We zitten in de laatste dagen van onze relatie, maar we zijn met vakantie, dus daarvan merken we nog niet zoveel. Op zoek naar een plek om te eten, stappen we na veel te lang dolen een Italiaans restaurantje binnen aan de rand van de wijk Soho. De zaak ziet er wel oké uit en na een hele dag rondlopen is ‘wel oké’ al meer dan goed genoeg. Het eten is eenvoudig, maar smaakt, en wordt ons geserveerd door een iets te joviale ober — vooraan in de dertig, sneakers, een verzorgd baardje. In zijn handen houdt hij een overmaatse pepermolen vast, waarmee hij de gerechten bijkruidt tot we stop zeggen. Hij maakt er een punt van om aan elke tafel een praatje te slaan met de toeristen en hun te vragen waar zij vandaan komen. België dus.

“What? Belgium? Thank you! Thank you for Eden Hazard!”

Eden Hazard heeft zopas getekend bij Chelsea. Een maand eerder had de Belgische belofte, nog steeds geen twintig geworden, Rijsel met een comfortabele voorsprong de titel bezorgd in Frankrijk, en de ober weet nu al dat hij voor zíjn team hetzelfde zal doen. Mijn nieuwe beste vriend schudt het hoofd, staart nog een moment dromerig voor zich uit, zijn gedachten al bij de kampioenenviering in mei, en herneemt dan aan een andere tafel, bij andere toeristen uit minder vrijgevige landen, zijn rol.

Persoonlijke anekdote nummer twee: het is de lente van 2014, en ik ben in Londen met mijn nieuwe liefde. Ik wil haar meenemen naar de plantentuin in Chelsea, omdat ik weet dat zij van die plaats zal houden. Onderweg komen we voorbij Stamford Bridge. ‘Doe maar even,’ knikt ze. We lopen een rondje om het stadion, voortdurend tegengehouden door Spaanse mannen die vragen of ik een foto van hen wil nemen met hun telefoon, voor later, en gaan daarna de fanshop binnen. Centraal op de benedenverdieping staat daar een enorme glazen kooi, met daarin in blauw plastic een levensgroot afgietsel van Eden Hazard. De plastic Hazard draagt enkel een onderbroek en legt aan voor een loeihard schot. Het is een vreemd zicht, het beeld heeft iets absurds en heroïsch tegelijk. Op de eerste etage, waar de teamkleding staat uitgestald, twijfel ik lang: ik wil graag een shirt kopen, met het nummer tien van Hazard, maar daarvoor vind ik mezelf ondertussen echt te oud geworden. Hoe kan ik mezelf nog recht in de ogen kijken wanneer ik met de naam van een acht jaar jongere voetballer op mijn rug een paar rondjes ga lopen in het park? Ik voel de honende blikken nu al van de pubers die daar hun panna’s oefenen op het betonnen veldje naast de piste. Ik doe het niet. Ik krijg meteen spijt. Zodra ik thuiskom, bestel ik het shirt op het internet.

hazard.png

Waar ik hiermee naartoe wil, denk ik, is dat er steeds een gigantische kloof heeft bestaan tussen de manier waarop er in Londen naar Hazard wordt (oké, sinds dit jaar: werd) gekeken en hoe wij dat in België doen. De reden daarvoor is de nationale ploeg. Er is iets vreemds aan de hand met onze nationale ploeg.

Het liep niet echt lekker, twee jaar geleden op het WK in Brazilië. Zeker de groepswedstrijden werden stukken moeizamer afgewerkt dan je op basis van het talent en de gunstig gelote tegenstanders had mogen verwachten. Ik volgde iedere wedstrijd op café. Bij de omstaanders hoorde ik frustratie en gevloek en steeds dezelfde opmerking: Hazard moest eraf. In het perfect uitgebalanceerde team van Marc Wilmots — uitgebalanceerd in die zin dat de bondscoach iedere speler precies evenveel onder zijn werkelijke niveau laat presteren — is het Hazard die door de fans het hardst wordt aangepakt. Dat ligt aan zijn stijl. Die oogt te laconiek, te ongeïnteresseerd, alsof Hazard op ieder gegeven moment al meer weet dan de toeschouwer: op het einde komt alles nog wel in orde. De media hebben die kennis niet doorgekregen. Zij herhalen de opmerkingen die José Mourinho ooit over onze landgenoot heeft gemaakt: Hazard teert te zeer op zijn talent, hij werkt te weinig, moet vaker meeverdedigen. Het stigma zal blijven hangen, ook nadat de aanvaller steeds vaker wél de flank mee afloopt. De tweede groepswedstrijd op dat WK, tegen Rusland, is het ergst. De hitte en de dodelijke saaiheid in het spel doen de kritiek aanzwellen — die op Hazard opnieuw het meest van al. Ik draai zenuwachtig rondjes met mijn bierglas op de tafel en bijt op mijn tanden. In minuut achtentachtig krijgen we zowat de enige uitgespeelde kans van de wedstrijd: Hazard versnelt, spurt zijn mannetje voorbij, haalt de achterlijn en legt de bal terug voor Origi, die onmogelijk niét kan scoren. Eén – nul, België zit in de volgende ronde. De sfeer in het café slaat maar half om. ‘En toch had hij eraf gemoeten.’ Ik ben te murw om er nog een zelfgenoegzame glimlach uit te persen.

Ik vraag me af hoe het kan, dat in deze tijd van opgeklopte, weldoordacht gemarkete massahysterie rond de nationale ploeg zélf, precies de speler met het meeste talent toch zo wordt verguisd. Dichter bij een vedette, een uithangbord voor het land dan Hazard is het Belgische voetbal nooit geraakt*. Het is alsof Portugal niet trots zou zijn op Cristiano Ronaldo, Argentinië op Lionel Messi, Nederland op Arjen Robben. Oké, dat laatste is misschien een slecht voorbeeld.

(* Vincent Kompany is te saai, Kevin De Bruyne wachtte tot vóór dit jaar nog steeds op een écht grote club.)

Het is bijzonder Belgisch om de tegenstander alvast een stap voor te willen zijn in de kritiek. Lang voordat iemand kan roepen: ‘en dit is dan jullie grote ster? Noemen jullie dit een wereldspits?’, hebben we dat zelf al gedaan. De nonchalante basishouding van Hazard, die opgehaalde schouders en een grijns die zegt: ‘we lossen dit straks wel op,’ is er geen die de meeste Belgen kunnen opbrengen. Veel liever concentreren wij ons op de vraag: ‘maar wat als we dat niét doen?’ Zo krijgen we aan het einde van de rit ofwel gelijk in ons falen, ofwel blijkt alles tegen elke verwachting in nog best mee te vallen. En veel meer nog dan dat we voortdurend deze verzekering afsluiten met onszelf, is het voor dit volk onverdraaglijk om ergens de beste in te zijn. Meer Belgisch is het om te mikken op de vierde plaats: net niet op het podium, net buiten de gloed van de schijnwerpers. De besten onder de onzichtbaren. Vandaag is het de eerste keer in onze geschiedenis dat de realiteit niet meer overeenstemt met deze traditionele oerambitie: het is de eerste keer dat we beschikken over spelers van dit kaliber, de eerste keer dat er mogelijk iets te winnen valt. Het dwingt ons tot een stijlbreuk waarop niemand was voorbereid.

Mijn gedachten dwalen af naar de voorbije generaties. Ik probeer me te herinneren welke speler daaruit het dichtst in de buurt kwam van de vedettenstatus die we nooit hebben bereikt. Jan Ceulemans, wellicht. Onze recordinternational, drie Gouden Schoenen, een doelpuntenmachine. Een reus van een vent, een natuurlijke leider bovendien. Maar ook: een man zonder aanleg voor opsmuk. In 1980 nam Ceulemans zijn ploeg Club Brugge op zo’n opmerkelijke manier op sleeptouw dat AC Milaan hem wilde aantrekken, voor acht miljoen frank per jaar — in die tijd een monsterachtig bedrag. Ceulemans reisde af naar Italië, onderhandelde met het bestuur, kwam tot een akkoord. Op het allerlaatste moment vóór de ondertekening van het contract blies Ceulemans zelf de transfer af. Hij was ervan overtuigd dat hij nooit zou kunnen aarden in Italië. Ceulemans verkoos een kaartje leggen op zondag in zijn stamkroeg in Lier boven de bloemen van San Siro. “Verraad,” kopte La Gazzetta dello Sport.

Deze dorpse, overdreven bescheiden mentaliteit toonde Ceulemans niet enkel naast het veld, maar ook in zijn spel. Laat me dit illustreren aan de hand van zijn waarschijnlijk meest bepalende moment voor de nationale ploeg. We schrijven het WK van 1982 in Spanje. België heeft Argentinië weten te verrassen in de openingswedstrijd, maar moet nog een punt halen tegen Hongarije om de tweede ronde te bereiken. Bij een 0-1 achterstand in de laatste minuut komt Ceulemans de bal ophalen op de eigen helft. Hij knalt het leer hard voor zich uit, voorbij twee tegenstanders in de lege ruimte op de rechterflank, en stormt er meteen zelf achteraan. Zijn lange, stevige lijf trekt zich als een locomotief op gang. Echt mooi ziet het er niet uit: het draaien is houterig, elke pas die hij zet veel te groot, maar de vermoeide Hongaren halen hem niet meer bij. Net buiten het strafschopgebied pikt Ceulemans zijn eigen dieptepass weer op en draait naar binnen. De tik is opnieuw een fractie te hard: een verdediger komt aangelopen om hem de weg af te snijden. Ceulemans merkt dit op en zet een tackle in om alsnog als eerste bij de bal te geraken. Hij haalt het net, de Hongaar springt opzij uit angst om een been te verliezen. Ceulemans krabbelt recht en zet de bal scherp, maar met overzicht voor. Alex Czerniatynski werkt netjes af, België mag naar de volgende ronde.

Zowel wat betreft het tijdstip, de inzet van de wedstrijd als het behaalde resultaat is deze actie van Ceulemans volledig identiek aan de assist van Eden Hazard in 2014. In stijl echter hadden beide voetballers niet méér van elkaar kunnen verschillen. Jan Ceulemans vertegenwoordigde het oude, het échte België: altijd werken, nooit opgeven, blijven vechten voor wat bij voorbaat verloren leek. Zie de muur die je de weg verspert, die de gewone van de opmerkelijke prestaties scheidt. Omarm hem, je hebt hem al zo vaak gezien. Breek jezelf een weg, dwars door de tegenstand heen. Win, maar win als team — elf mannen die exact evenveel liters zweet hebben vergoten. Win op deze manier, of ga liever nog ten onder.

Een kenmerk van grote kunst, of die zichzelf nu toont in schilderijen, literatuur of voetbal, is, zoals men zegt, dat het harde werk achter de genialiteit verborgen blijft. Deze stelling is er een die de Belg niet verdraagt: het resultaat is van ondergeschikt belang, ons gezwoeg niets waard wanneer de buren het niet kunnen zien. In elk van haar geledingen is onze samenleving doordrongen van deze mentaliteit — een mentaliteit waarvan ook huidig bondscoach Marc Wilmots zijn handelsmerk heeft gemaakt, zoals hij dat jaren geleden als speler steeds heeft gedaan. Het is een mentaliteit waarvan de Belgische supporters nooit zullen loskomen, en de enige eigenschap waarvoor zij de bondscoach nooit zullen bekritiseren. En net dat brengt ons terug bij het probleem van Eden Hazard. Hoe hard hij ook werkt, hoeveel hij probeert, Hazard zal alles er laten uitzien alsof het hem geen enkele moeite kost. Als een een-tweetje of een dribbel mislukt, zal het lijken alsof hem dat niets kan schelen. Wanneer hij scoort, zal hij dat er laten uitzien als een combinatie van talent en geluk, zonder er bij anderen in te wrijven welke inspanning hij zonet heeft geleverd.

Het is de lente van 2016 nu, en de meest atypische Belgische voetballer uit de geschiedenis heeft een kloteseizoen achter de rug. Nadat de magie van Mourinho — het inruilen van elke vorm van creativiteit voor zekere punten in het klassement — voor Chelsea niet langer rendabel bleek en er niets meer overbleef om voor te spelen, heeft Eden Hazard zijn seizoen boekhoudkundig afgeschreven. Zoals steeds wist hij op dat moment al meer dan de toeschouwers of de media: hier zou aan het einde niets meer te rapen vallen. In plaats van te blijven vechten voor een verloren zaak, herstelde Hazard van een hardnekkige heupblessure, deelde in de tribune een ijsje met zijn zoon, dolde wat met zijn tegenstanders tijdens de pauze van een Champions Leaguewedstrijd in Parijs en liet de storm van kritiek over zich heen razen met de innerlijke rust van iemand die in een blokhut aan het haardvuur glimlachend door het raam naar buiten tuurt.

Wat de toeschouwers en de media niet zagen, is het nieuwe doel dat Hazard tijdens deze rotperiode voor zichzelf had gesteld. Zijn eerste doelpunt van het jaar, een wat flauwe vrije trap in de bekerwedstrijd tegen Manchester City, werd onder de ploeggenoten gevierd met het plezier van elfjarige jongetjes op een pleintje tussen enkele flatgebouwen in. Twee wedstrijden voor het einde van het seizoen sneed Hazard in één invalbeurt met enkele briljante acties en het meest fijngevoelig geplaatste doelpunt van het jaar stadsrivaal Tottenham definitief los uit de titelstrijd. Een week later werd met een razendsnelle, veel te lang uitgesponnen dribbelbeweging de hele verdediging van Liverpool voor schut gezet. Het doel is bereikt: het spelplezier en de vorm zijn terug. Eden Hazard is klaar om drie weken te spelen in de Franse stadions die hij zo goed kent. Hij is klaar om wedstrijden lang niét te zweten, om ballen te vragen en weer kwijt te geraken, om combinaties op te zetten en niet eens te zuchten wanneer zijn ploeggenoten de actie niet uitvoeren zoals hij die in zijn hoofd had uitgetekend. Door het uitvallen van Vincent Kompany zal Hazard de aanvoerdersband dragen. Het is niet meer dan een symbool, maar voor wie zo graag wil kunnen spelen als een elfjarig jongetje, helpt het om het jongetje te zijn dat het meeste aanzien geniet.

Het is de lente van 2016, en ik op mijn beurt ben klaar om drie weken lang voetbal te kijken in stampvolle café’s, waar de omstaanders, meer brute en stoerdere mannen dan ikzelf, gefrustreerd zullen geraken en kritiek zullen geven en zullen roepen dat Hazard eraf moet van zodra alles even niet loopt zoals gepland. Ik zal naar hen luisteren in mijn Chelseashirt, met de naam van een acht jaar jongere voetballer op de rug. Ik zal op dat moment al meer weten dan zij en geduldig wachten op de flits in minuut achtentachtig van de derde wedstrijd — de flits die het verschil zal betekenen tussen een beschamende exit en de volgende stap richting de geschiedenis. En deze keer zal ik mij achteraf wél omdraaien naar om het even welk groepje dat even daarvoor nog stond te schelden. Ik zal zelfgenoegzaam glimlachen en vragen of de mannen nog een biertje lusten en in mijn gedachten zal ik een Italiaanse ober steeds dezelfde zin horen herhalen: Thank you for Eden Hazard.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s