Kingsley

Ik heb een favoriet t-shirt dat ik nauwelijks draag. Het is een t-shirt met een ontwerp van David Shrigley, de Schotse kunstenaar die heel rommelige en minimalistische tekeningetjes maakt waar ik enorm van hou, omdat veel van wat hij doet mij onrechtstreeks inspireert. Zo zorgde een tekening met een grapje over Letrasetletters ervoor dat ik mijzelf een pak van die dingen aanschafte en daar vervolgens een half jaar lang mee heb zitten te klooien.

Toen ik het t-shirt terugzag tijdens de  eerste dagen van dit  EK, schoot ik spontaan in de lach, omdat ik moest denken aan de mascotte die David Shrigley vorig jaar ontwierp voor  zijn club  Partick Thistle F.C. – een opdracht die zowat het allerhoogste moet zijn dat je als kunstenaar kan bereiken.

Partick Thistle F.C. is een kleine club  uit Glasgow, die in haar 140-jarige bestaan voortdurend in de schaduw heeft gestaan van het veel grotere Celtic en Rangers. Het team en de supporters hebben hun rol van eeuwige underdog met trots, frustratie  en zelfspot omarmd en Shrigley heeft deze mentaliteit perfect weten te vatten in zijn ontwerp. Kingsley, zoals de mascotte werd gedoopt, is geen vrolijke marmot, geen knuffelbeer, geen racistisch indianenkoppel. Kingsley is wél helemaal David Shrigley, en werd na enige aarzeling met diepe genegenheid omarmd door de andere fans. Er zijn weinig dingen die mij in één seconde zo verschrikkelijk vrolijk kunnen maken als het beeld van die kwade, slecht getekende zon aan de zijlijn van het veld.

kingsley

‘Hazard eraf!’

Aanvoerder van het verkeerde land

(Dit artikel verscheen voor het eerst in Hard Gras, juni 2016.)

 

Persoonlijke anekdote nummer één: het is de zomer van 2012, en ik ben in Londen met mijn toenmalige vriendin. We zitten in de laatste dagen van onze relatie, maar we zijn met vakantie, dus daarvan merken we nog niet zoveel. Op zoek naar een plek om te eten, stappen we na veel te lang dolen een Italiaans restaurantje binnen aan de rand van de wijk Soho. De zaak ziet er wel oké uit en na een hele dag rondlopen is ‘wel oké’ al meer dan goed genoeg. Het eten is eenvoudig, maar smaakt, en wordt ons geserveerd door een iets te joviale ober — vooraan in de dertig, sneakers, een verzorgd baardje. In zijn handen houdt hij een overmaatse pepermolen vast, waarmee hij de gerechten bijkruidt tot we stop zeggen. Hij maakt er een punt van om aan elke tafel een praatje te slaan met de toeristen en hun te vragen waar zij vandaan komen. België dus.

Lees verder ‘Hazard eraf!’